De Azijnproevers uit China

Van mijn vriendin Justyna kreeg ik het boekje de ‘Tao van Poeh’. Toevallig kende ik het boekje al maar wist niet meer zo goed waarvan, hij stond achteraf ongelezen bij me in de kast. Een boek tweemaal krijgen is volgens mij een goede reden om het te gaan lezen.

In de Tao van Poeh wordt aan de hand van de beer Poeh het Taoisme uitgelegd. Dit is vrij aardig gelukt. Het begint met een heldere uitleg over de drie geestelijke stromingen in China aan de hand van de Azijnproevers (zie afbeelding).

Azijnproever 1 is Confucius
Voor confucius deed het leven nogal zuur aan. Hij geloofde dat het heden niet in de pas liep met het verelden en dat het menselijk bestuur op aarde niet in harmonie was met de Hemelse Weg, het bestuur van het universum. Daarom legde hij de nadruk op eerbied voor zowel de Voorouders als voor de oude rituelen en ceromonieën waarin de keizer, als Zoon des Hemels, optrad als tussenpersoon tussen grenzeloze hemel en begrensde aarde.

Azijnproevers 2 is Boeddha
Voor Boedha was het leven op aarde bitter, vervuld van gehechtheid en begeerten die lijden voortbrachten. De wereld werd beschouwd als een vallenzetter, een voortbrenger van illusies, een rondwentelend wiel van pijn voor alle schepselen. Teneinde vrede te verwerven vonden de Boeddhisten het noodzakelijk boven de ‘wereld van stof’ uit te stijgen en het Nirvana te bereiken.

Azijnproever 3 is Lao Tse
Volgens Lao-tse kon de natuurlijke harmonie die vanaf het eerste begin bestond tussen hemel en aarde door iedereen worden gevonden, op ieder willekeurig tijdstip, maar niet door de regels van het confucianisme te volgen. Zoals hij stelde in zijn tao te tsjing, was de aarde in wezen een afspiegeling van de hemel, geregeerd door dezelfde wetten (niet de wetten van mensen). Deze wetten beinvloedden niet alleen de omwenteling van verre planeten, maar ook het doen en laten van de volgens in het woud en de vissen in de zee. Lao Tse meende dat hoe meer de mens ingreep in het natuurlijk evenwicht dat werd voortgebracht en geregeerd door de universele wetten, hoe meer de harmonie zich terugtrok in de verte.